Weitere Informationen
Indikationen
De therapeutische indicaties zijn de behandeling en preventie van besmetting met vlooien, bijtende luizen en teken bij de hond. Een éénmalige toediening zorgt voor een bescherming tegen vlooien tot maximaal 3 maanden en tegen teken gedurende 1 maand.
Verwenden Sie
- Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen Spot-on gebruik. Om een juiste dosering te waarborgen dient het lichaamsgewicht zo nauwkeurig mogelijk bepaald te worden. Dosering:
- 1 pipet van 0,67 ml voor een hond met een gewicht tussen 2 kg en 10 kg - 1 pipet van 1,34 ml voor een hond met een gewicht tussen 10 kg en 20 kg - 1 pipet van 2,68 ml voor een hond met een gewicht tussen 20 kg en 40 kg - 1 pipet van 4,02 ml voor een hond met een gewicht tussen 40 kg en 60 kg - voor honden met een gewicht van meer dan 60 kg : een pipet van 4,02 ml en een pipet overeenkomstig met het resterend gewicht gebruiken. Deze posologie laat toe om een gemiddelde dosering van 10 mg/kg te bekomen (minimum 6,7 mg/kg - maximum 13,3 mg/kg). Binnen deze schommelingen van 33% werd de werkzaamheid van het diergeneesmiddel aangetoond. In afwezigheid van veiligheidsstudies met een korter behandelingsinterval, is het minimale behandelingsinterval 4 weken. 9. Aanwijzingen voor een juiste toediening De top van de pipet afbreken en de inhoud van de pipet volledig gebruiken. Direct op de huid aanbrengen, hiervoor de haren tussen de schouderbladen spreiden zodat het niet kan opgelikt worden.
Gegenanzeigen
In afwezigheid van beschikbare gegevens, het diergeneesmiddel niet toedienen aan puppies jonger dan 8 weken oud en/of aan puppies die minder dan 2 kg wegen. Niet gebruiken bij zieke (systemische ziekten, koorts, etc.) of herstellende dieren. Niet gebruiken bij konijnen, aangezien bijwerkingen en zelfs sterfte kunnen voorkomen. Dit diergeneesmiddel is specifiek ontwikkeld voor honden. Niet gebruiken bij katten, daar dit tot overdosering kan leiden. In afwezigheid van studies wordt het gebruik van dit diergeneesmiddel niet aanbevolen bij niet�doeldiersoorten. Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor de werkzame bestanddelen of één van de hulpstoffen.